in

Wordt het een nieuwe pandemie? Belangrijk verschil tussen corona en apenpokken

Na twee jaar coronacrisis doet de komst van het apenpokkenvirus bij sommigen alarmbellen afgaan.

Toch hoeven we ons volgens experts minder zorgen te maken en hoeven we al helemaal geen nieuwe pandemie te verwachten. Dat komt omdat de beide ziektes weinig met elkaar gemeen hebben.

1. (On)zichtbaar
Ondanks grote alertheid en contactopvolging konden we het coronavirus met moeite opvolgen. Het virus is immers redelijk “onzichtbaar”: niet iedereen die het virus draagt, vertoont symptomen, maar iedereen die het heeft, kan het wel overdragen.

Bovendien kan je symptomen bij COVID-19 (SARS-CoV-2), zeker bij de laatste varianten, vaak niet goed onderscheiden van een griepje of verkoudheid, en geeft enkel een test uitsluitsel.

Dat is anders bij de apenpokken: iedereen die besmet wordt, krijgt symptomen. De eerste symptomen zijn koorts, hoofdpijn, spierpijn, rillingen en uitputting. Er kan ook uitslag ontstaan op de huid in de vorm van herkenbare blaasjes.

Die blaasjes doen denken aan de windpokken, maar daar ontstaat snel naamsverwarring: de windpokken zijn eigenlijk een herpesvirus, en geen pokkenvirus.

Wel zie je bij beide virussen dus blaasjes op de huid. Wie plots een soort van huiduitslag ontwikkelt, kan best snel een arts raadplegen die kan vaststellen of je de apenpokken hebt of niet. Viroloog Marc Van Ranst doet op Twitter alvast een aanzet:


Waarop kan je letten?
Zoals bij alle besmettelijke ziektes: blijf thuis als je ziek bent. In dit geval zijn mogelijke symptomen koorts, hoofdpijn, spierpijn, rillingen en uitputting.

Krijg je uitslag met blaasjes op je huid? Laat je huisarts dan controleren of je de apenpokken hebt. Heb je het virus te pakken? Dan moet je 21 dagen in isolatie.

2. Overdracht
En er is nog goed nieuws: het apenpokkenvirus verspreidt zich niet zo makkelijk via de lucht. Een van de manieren waarop iemand besmet kan raken, is wel via druppeltjes in de adem, maar niet als een “wolk” in de lucht.

“Het gaat hier om grote druppels, niet vergelijkbaar met COVID-19 waar over de verschillende varianten heen een soort van nevel is”, legt infectioloog en vaccinoloog Pierre Van Damme uit. Je moet dus al heel dicht tegen elkaar aan hangen om elkaar in een gesprek te besmetten.

Hoe kan het dan dat iemand besmet raakt op een evenement? “Op een evenement kan je wel soms heel dicht tegen elkaar aan staan.

Als je kijkt naar de gevallen die beschreven zijn, gaat dat vaak over mensen die onder hetzelfde dak leven of huidletsels hebben aangeraakt. Het speelt zich meestal af in de nauwe kring”, duidt Van Damme.

De voornaamste vormen van besmetting van mens op mens zijn namelijk via direct contact met de letsels, het aanraken van de zweren op de huid dus, en via lichaamssappen.

Lees ook  Bizarre video toont hoe huis Oldenzaal in enkele tellen instort

Isolatie is dan ook zeer effectief middel om de verspreiding van het virus af te remmen. Seksueel contact kan tot overdracht leiden, maar het verzorgen van blaasjes evenzeer.

Ook materialen die in aanraking kwamen met de blaasjes, zoals bedlinnen, kunnen een bron voor besmetting zijn.

Daarnaast kan het virus zich van dier op mens overzetten via de beten van kleine knaagdieren. Dat is in Centraal- en West-Afrika een van de besmettingsbronnen.

De ziekte overvalt ons ook minder want het is niet de eerste keer dat ze in onze regio voorkomt. In Europa en Amerika waren eerder al uitbraken, die bovendien vanzelf uitdoofden, terwijl we bij COVID-19 enkel “verre familie” van het virus kenden. Het was dus gissen naar de besmettelijkheid en een groot vraagteken hoe we het virus konden bestrijden.

3. Vaccin
Doordat het apenpokkenvirus al bekend was, hebben we niet enkel informatie over de besmettelijkheid, we zijn al gedeeltelijk beschermd.

Het vaccin tegen de pokken, een vroegere epidemie die wel zeer dodelijk bleek, beschermt ook tegen de apenpokken.

Ongeveer de hele bevolking boven de 45 à 50 jaar werd gevaccineerd tegen dat virus, tot begin jaren 70.

Daardoor werd het virus volledig uitgeroeid. Jongere mensen kregen het vaccin niet meer, omdat het virus al uitgeroeid was, maar kwetsbare ouderen hoeven zich dus al weinig zorgen te maken.

Bovendien bestaat ook voor de apenpokken al een vaccin. Het wordt niet op grote schaal geproduceerd, maar wordt bijvoorbeeld wel ingezet voor medische teams die uitgestuurd worden naar landen waar de apenpokken ernstig woeden.

Mócht het nodig zijn, is dus wel al iets ontwikkeld, al schatten experts nu in dat er geen grootschalige vaccinatie nodig zal zijn.

Een directe antivirale behandeling is nog niet beschikbaar, al ontwikkelt men wel iets op experimenteel niveau.

Op dit moment wordt bij patiënten vooral ingezet op goede wondhygiëne om bijkomende infecties te vermijden, want de overlijdens die wereldwijd gerapporteerd worden, zijn vaak het gevolg van een bijkomende infectie. “Je krabt aan die blaasjes.

Daarom is het belangrijk dat je een arts raadpleegt, die de ziekte kan vaststellen en zorgen dat de wonden goed ontsmet worden”, zegt Van Damme.

De pokken: het eerste vaccin ooit
We spreken continu over vaccins, maar wist je dat er een opvallende link is met de pokken? Het eerste vaccin ooit was het gevolg van een experiment met koeienpokken, in 1769.

Arts Edward Jenner merkte op dat melkmeisjes in zijn omgeving wél koeienpokken kregen, maar geen mensenpokken.

Daarom bracht hij vocht uit een blaasje van koeienpokken in een handwonde van een jong meisje. Zo hoopte hij haar, en later anderen, te beschermen tegen (mensen)pokken. Met succes: het eerste vaccin was geboren. En dat via een koe, in het Latijn “vacca”, of op z’n Frans “vache”.

4. Context
Dan rest de vraag hoe gevaarlijk het virus is, los van de vervelende symptomen. Eén tot elf procent mortaliteit, zegt bijvoorbeeld de Wereldgezondheidsorganisatie.

Lees ook  Ondernemer Bunyamin Tunc redt door snel optreden kleuter van de verstikkingsdood: ‘Hij is een held’

Daar moeten we een belangrijke kanttekening bij maken: die schatting is gebaseerd op wereldwijde cijfers.

“Er is een grote variatie in die gegevens van de uitbraken die we kennen,” legt Isabel Brosius van het Instituut voor Tropische Geneeskunde uit in “Laat”.

“De context gaat over Centraal- en West-Afrika, waarbij er twee virusstammen zijn, waarvan de West-Afrikaanse variant een lagere mortaliteit heeft”.

De gevallen in Europa behoren die laatste stam, al moet dat in België nog definitief bevestigd worden uit analyses die nu lopen.

“Je moet die ook in de context plaatsen, een minder kwalitatieve gezondheidszorg, en misschien maar het topje van de ijsberg dat men daar detecteert, met de meest ernstige gevallen die naar voren komen”. We moeten het opvolgen, concludeert Brosius, maar grote zorgen maakt ze zich voorlopig niet.

Ook Van Damme benadrukt dat: “Mensen sterven in Centraal- en West-Afrika aan een longontsteking boven de apenpokken bijvoorbeeld, dingen die bij ons normaal behandelbaar zijn”.

Door een betere wondhygiëne, het vroeger herkennen van de ziekte en een andere medische achtergrond van mensen (zoals een betere behandeling van immuunziektes, bijvoorbeeld hiv), ziet het er bij ons dus een pak rooskleuriger uit.

“In 2003 waren er 70 gevallen in Amerika, maar dat waren allemaal milde gevallen”, zo zegt Van Damme nog.

5. Gevolgen
De apenpokken treffen vooral kinderen, lezen we hier en daar. “Dat is een vertekend beeld”, vertelt Van Damme die opnieuw op de pokkenvaccinatie wijst.

“Iedereen die ouder is dan 45 heeft die vaccinatie gehad, dus enkel bij mensen onder de 45 jaar komt het virus voor.” In onze contreien zijn enkel gevallen bij volwassenen gemeld.

Al is er voorlopig ook geen omgekeerde indicatie: bij COVID-19 leken kinderen er net minder last van te hebben.

De apenpokken zijn behoorlijk vervelend voor wie ze te pakken krijgt: de meeste mensen zijn grieperig en krijgen een jeukende uitslag.

Omdat die blaasjes zo besmettelijk zijn, moet de patiënt in isolatie tot zij of hij genezen is. Dat is, zelfs tegenover een coronabesmetting, geen fijn nieuws: mensen genezen in twee à vier weken en moeten minstens 21 dagen in isolatie.

Omdat het virus al gekend was, weten we gelukkig ook dat er geen langetermijneffecten zijn. Bij het coronavirus zijn sommige mensen maandenlang onder de voet en er wordt ook veel long covid vastgesteld.

Naar schatting een op de zeven covidpatiënten heeft na een half jaar nog last van klachten, waaronder zware vermoeidheid en soms zelfs “hersenmist” en permanent geur- en smaakverlies.

Bij de apenpokken zijn er géén indicaties van klachten op de lange termijn; enkel de zweertjes kunnen wel uitmonden in littekens. Op dat vlak wel een beetje zoals de windpokken dus, ook al zijn de virussen geen familie.

‘Hoe vertel ik mijn vrouw subtiel dat ze veel te veel scheten laat?’

Man (94) voor aanranding demente ouderen twee jaar de cel in